|
BIJ DE BEESTEN IN DE
NESTEN
De Vereniging Terra Kunstprojecten
stelt zich onder meer ten doel beeldende kunst te bewerkstelligen
in aanvulling op of in confrontatie met de maatschappij. De kunstprojecten
moeten mogelijkerwijs de vormgeving van de samenleving verrijken.
Dit jaar zal Terra een
manifestatie organiseren op een bijzondere plek in de openbare
ruimte: het Groene Hart van Holland, een landschapspark dat fungeert
als boezem, aders en kamers in dienst van de leefbaarheid. De
vier elementen aarde, water, lucht en vuur komen centraal te
staan in de verschillende kunstprojecten die op deze manier een
extra dimensie geven aan de schaarse echt groene locaties in
Zuid-Holland.
Het Loetbos nabij Lekkerkerk
werd gekozen als de ultieme locatie omdat het gevarieerde landschap
met veel bomen, water en weidegroen voor de stedeling appelleert
aan 'Baarmoeder Natuur' waarin het voor recreanten goed
toeven is. Bovendien beschikt deze uitgestrekte omgeving over
een grote verscheidenheid aan verkavelde plekken waar afzonderlijke
beelden en installaties op een informele wijze kunnen worden
gepresenteerd.
De kunstenaars worden hier
in de gelegenheid gesteld om voor een gevarieerd publiek en op
een specifieke manier hun werk in relatie te brengen tot de natuur
en tegelijkertijd in te spelen op het belang en behoud van het
Groene Hart.
De passerende dagjesmensen
zullen als onbevangen kijkers op een speciale wijze met de kunstwerken
in aanraking komen, waardoor ze mogelijk op een andere manier
over de essentie van zowel kunst als natuur gaan
nadenken. Als kunstenaar probeer je dit kijkgedrag vanzelfsprekend
een bepaalde kant op te sturen.
Hoewel de invalshoek van
de individuele toeschouwers verschillend zal zijn, kun je hier
als kunstenaar toch een bepaalde richting of stemming aan geven.
Je eigen subjectieve beleving van het Loetbos en een bepaald
doorsnee-verwachtingspatroon van je publiek vormen daarvoor belangrijke
uitgangspunten. Bovendien spelen de materiële condities
en de definitieve locatiekeuze een belangrijke rol. Wat zijn
de feitelijke aanknopingspunten en wat kun of moet je daar nog
aan toevoegen?
De eerste plek met een
zekere bevreemding waarvan ik opkeek, was een kleine betonnen
fundering (± 5 x 6 meter) midden op een landtong (±
30 x 22 meter) op het eind van een doodlopende wandelroute. En
hoewel ik later nog heel wat andere locaties tegenkwam met goede
mogelijkheden voor een kunstproject, kan maar één
indruk de eerste zijn en zich als impressie nestelen in je hoofd
onder de rubriek 'Loetbos'.
De zintuigelijke gewaarwording
van deze plek werd voor mij synoniem met mijn gevoel voor het
Groene Hart waarover ik al vaak had gehoord, maar waarnaar ik
toen pas voor het eerst heel bewust kwam kijken. Daaromheen hechtten
zich een aantal andere indrukken die de bijzondere aard van de
Randstedelijke Natuurbeleving op mij als Brabander maakte,
zoals de vele bordjes met tekst-en-uitleg, de platgetreden paden
en de takkenbossen als woonstulp voor onvindbaar ongedierte als
de bunzing.
Op de door mij gekozen
locatie, de fundering op de landtong, wil ik nu een onalledaags
onderkomen maken voor een niet bestaand dier dat schijnbaar met
de dood wordt bedreigd, maar zelf ook zo gevaarlijk is dat het
publiek er niet te dicht bij mag komen (dat doen ze dan juist
wel).
Voor dat beest, met als
troetelnaam 'Lekloetter', wil ik rond de Paasdagen een hut bouwen
van takken en twijgen, 180 cm hoog, waarbij het niet duidelijk
is wàt hier voor gedrocht leeft. Doordat het schiereiland
met bordjes "streng verboden toegang" wordt versperd
mag je deze nestplaats tot op 11 meter naderen.
Aan de linkerzijde zie
je een 'werkplaats' waar enige tientallen bamboe staken (in een
cirkelvorm van 5 meter doorsnee) als hengels 280 cm omhoog
priemend in de grond zijn gestoken om een vuurplaats heen. Met
touwtjes hangen hieraan voorwerpen uit onze wereld (waarom,
hoe komen ze daar aan?) die de beschouwer aan het denken
moeten zetten.
Links-achter de nestplaats
ligt een veldje van ± 5 x 6 meter waarop een aantal kruizen
staan. Waarom en wat hier gebeurt laat zich raden; wellicht hebben
we te doen met het laatste exemplaar van een uitstervende soort,
maar het kunnen ook de slachtoffers van deze veelvraat zijn...
Uden, 31 januari 1996,
Antoon Versteegde
|